De infovensters gebruiken
Het infovenster is een centrale plaats voor het instellen van kenmerken van acties, groepen, projecten en contexten. U kunt het gebruiken om een of meer geselecteerde onderdelen te bekijken of te wijzigen. Wanneer u iets selecteert in de zijbalk of in de opbouw, schakelt het infovenster automatisch over naar het overeenkomstige infovenster.
Elk infovenster beschikt over besturingselementen die relevant zijn voor het type onderdeel dat u heeft geselecteerd. Sommige besturingselementen zijn gemeenschappelijk voor verschillende typen onderdelen.
Project — hiermee wordt ingesteld tot welk project een actie of groep behoort. U kunt dit gebruiken als een alternatief voor het vinden van het doelproject in de zijbalk en het slepen van het onderdeel daarnaartoe.
Type — u kunt kiezen of de acties die bij de geselecteerde groep of het geselecteerde project behoren sequentieel of parallel beschikbaar moeten komen (één voor één of allemaal tegelijk). U kunt een project omzetten in een lijst met afzonderlijke acties, wanneer deze eenmalige acties bevat die niet met elkaar in verband staan.
Status — bij projecten kan de status Actief zijn (een project waar u nog aan werkt), Uitgesteld (een uitgesteld project is een project dat terzijde is geschoven om in de toekomst te worden hervat), Voltooid (een voltooid project is succesvol afgerond) of Laten vallen (een project dat u heeft laten vallen is een project waarvan u heeft besloten het niet verder uit te voeren). Bij contexten kan de status Beschikbaar zijn (een context die u van plan bent verder te gebruiken), Uitgesteld (bij een uitgestelde context zijn de acties niet beschikbaar om eraan verder te werken) of Laten vallen (een context die u heeft laten vallen is een context die u denkt niet meer te gebruiken).
Context — hiermee wordt de toegewezen context ingesteld, net als het kiezen van een context in de kolom Context van de hoofdopbouw.
Standaardcontext — hiermee wordt automatisch een context toegekend aan elke nieuwe actie die wordt toegevoegd aan de geselecteerde groep of het geselecteerde project. Dit is handig bij een project dat voornamelijk plaatsvindt in één context.
Geschatte tijd — dit geeft aan hoe lang het voltooien van de geselecteerde actie of groep naar schatting in beslag zal nemen. Zie Geschatte duur van actie voor meer informatie.
Markeer als voltooid — Schakel dit selectievakje in om automatisch de status van een project of groep in te stellen bij het voltooien van zijn acties.
Start en Vervalt — bij een actie, groep of project bepaalt de startdatum wanneer het onderdeel beschikbaar komt; wanneer u pas later aan iets kunt beginnen, geef het dan een latere startdatum zodat het u tot die tijd niet in de weg zit. Wanneer uw actie, groep of project een deadline heeft, geef het dan een vervaldatum. Wanneer de vervaldatum nadert, verschijnt het onderdeel in de stijl "Vervalt spoedig"; als de deadline is verstreken, verschijnt het in de stijl "Achterstallig".
Voltooid — de datum waarop een actie, groep of project is voltooid, wordt hier vastgelegd. U kunt de voltooiingsdatum aanpassen wanneer u het onderdeel al een tijdje geleden heeft voltooid, maar het nu pas vastlegt in OmniFocus.
Toegevoegd en Gewijzigd — OmniFocus houdt voor ieder onderdeel bij wanneer het aan uw database is toegevoegd en wanneer het voor de laatste maal is gewijzigd. Soms is het nuttig deze waarden te controleren om een idee te hebben van hoe lang u van plan was iets te doen.
Herhaal — wanneer u een actie, een groep of een project heeft dat regelmatig moet worden herhaald, kunt u een herhaalinterval instellen. De waarden voor Start: en Vervaldatum: geven aan wanneer de volgende herhaling van het onderdeel zou worden gepland als u dit nu zou voltooien.
Volgende herziening — dit geeft aan wanneer het geselecteerde project moet worden herzien. U kunt dit automatisch door OmniFocus laten berekenen, op basis van het herzieningsinterval (zie Herziening om de hieronder) en de laatste keer dat het als herzien is gemarkeerd, maar u kunt ook zelf een datum invoeren.
Herziening om de — het standaardinterval is ingesteld in de Gegevensvoorkeuren, maar u kunt dit voor ieder project afzonderlijk instellen wanneer er projecten zijn die u vaker of minder vaak wilt volgen.
Laatste herziening: geeft de laatste keer aan dat een project is gemarkeerd als herzien (of de datum waarop het project is gemaakt, mocht u het nog nooit hebben herzien).